Just me...

Een dag begint. De avond valt. Seizoenen wisselen. Alles verandert... ...ik ook... ...Weet jij nog wie je was?

donderdag, november 06, 2014

Throwback Thursday: op reportage naar Pieterburen

Onlangs las ik dat er zoveel zeehondjes op Ecomare waren gebracht dat ze - tot hun heel erg grote spijt - een opvangstop moesten instellen. Toen ik dat las moest ik meteen terugdenken aan die keer dat ik bij Zeehondencrèche Pieterburen - nu Zeehondencrèche Lenie 't Hart - op reportage ging tijdens mijn studie. We mochten namelijk zelf een onderwerp kiezen waarover we wilden schrijven. En omdat ik toch een OV-jaarkaart had en ik al een tijdje op de creche wilde gaan kijken, was de keuze snel gemaakt. Na een afspraak met de medewerkers te hebben gemaakt, ging ik op 24 februari 1998 op weg naar het hoge Noorden, naar Pieterburen. Dat was een aardige wereldreis voor mij, maar wel eentje waar ik zeker van heb genoten. Indrukwekkend ook om mensen met zoveel passie en liefde aan het werk te zien! En heel bijzonder om achter de schermen te mogen kijken en wel over het hekje te mogen stappen om een foto te maken. De reportage die ik schreef, zal ik vandaag met jullie delen. Wist je dat ik sinds die tijd ook donateur ben van de crèche?

Zeehondencrèche Pieterburen: Verwacht geen kunstjes, het is nu eenmaal een ziekenhuis

Februari/maart 1998 - tekst & foto's Berry de Nijs

Een stevige koude zeewind doet de geur van haringen niet verdwijnen. Even met je ogen dicht en je gezicht in de wind, voeten stevig op de grond. Het zachte klotsen van het water, het krijsen van een paar zeemeeuwen en het geluid van hongerige zeehonden dringen tot je door. Verder is het stil. Het gevoel van eenzaamheid en rust bekruipt je. Heerlijk even genieten! Totdat een vrolijke zeehond eens besluit met veel gespetter onder water te duiken. Je proeft een paar zoute waterdruppels op je lippen, die in je gezicht gesprongen zijn. Dan schrik je op uit dat vredige gevoel, doordat een klein meisje tegen je aan is gelopen. Je hoort de stemmen van vermanende ouders langs je afgaan. Voorzichtig doe je je ogen open. Dan besef je dat je helemaal niet op het wad staat, maar naast een bassin waarin drie grijze zeehonden zwemmen.

Je staat tussen de zeehonden in de zeehondencrèche te Pieterburen. Jaarlijks worden hier tussen de 80 en de 100 zeehonden binnen gebracht. En al die zeehonden worden na een paar maanden ook weer terug gebracht naar de Waddenzee, waar ze thuis horen. De zeehondencrèche is een druk bezochte plek. Maar verwacht geen kunstjes, het is immers geen dierentuin. De crèche kan je beter vergelijken met een ziekenhuis, waar zieke, verzwakte en verdwaalde dieren weer op krachten kunnen komen alvorens ze weer naar hun soortgenoten op het wad terug kunnen keren.

Loeskus de eerste zeehond
Voordat Lenie 't Hart, directrice van de crèche, begon met het opvangen van zeehonden, werd dit al eerder gedaan door de familie Wentzel. René Wentzel ging op zoek naar informatie over en naar de juiste voeding voor zeehonden. Vispap (gemalen haring opgelost in havermout extract) is voor jonge zeehonden de ideale voeding, zo ontdekte hij. Tot op de dag van vandaag wordt deze pap dan ook gebruikt in de huidige crèche. Nadat mevrouw Wentzel stierf, werd Lenie gevraagd om haar werk over te nemen. Op 21 december 1970 werd er een zeehondje gevonden op Lauwersoog. Toen was er nog niets klaar om zeehonden op te vangen, maar Lenie groef een teiltje in de grond van haar achtertuin. Daar moest Loeskus zo lang wonen. Na een paar weken kon hij weer terug naar de Waddenzee. Kort nadat de eerste zeehond was uitgezet, werden er betonnen badjes in Lenie's achtertuin aangelegd. Dat was het begin van de zeehondencrèche te Pieterburen. Nu is de zeehondencrèche uitgegroeid tot een opvangcentrum met zeven quarantaine hokken, een buiten-/binnenbad, vijd batenbaden en vier quarantaine badjes. Deze zijn allen gevuld met grijze zeehonden. Een bad is in bezig genomen door de gewone zeehond.

Anita Dijkens - hoofdzeehondenzorg
Van longwormen worden de zeehonden heel erg ziek, de meeste in quarantaine hebben nu ook longwormen. Een paar ervan hebben even een terug­slag gekregen van de medicij­nen, maar ze komen er wel allemaal weer bovenop. Sommige dieren zijn verkou­den. Bij de grijze zeehond is het lastig om zijn snot kwijt te ra­ken, aangezien ze een neus hebben met allerlei gangetjes. Wij helpen ze dan om hun neus te snuiten.

Haring uit het vuistje
Afgelopen winter is een slechte tijd geweest voor de zee­honden. Veel zeehondenpups zijn in de stormen hun moeder kwijtgeraakt en daardoor aangespoeld. Daar­naast zijn er ook veel zeehonden met longwormen bin­nen gebracht. Longwormen zijn wormen die een jonge zeehond in zijn longen kan krijgen. Ook kunnen de zee­honden hartwormen krijgen. Dat zijn wormen die in het hart gaan zitten. Door het verzwakte immuunsysteem van de zeehond hebben deze ziektes een grote kans om zich te ontwikkelen. De wormen worden door de zeehond opgehoest. Longwormen zijn gelukkig goed te behandelen, hartwormen iets minder goed. De ziektes ontstaan door vervuild water en vervuilde vis. De zeehonden worden allemaal eerst goed onderzocht of ze niet ergens een infectie hebben. Zijn ze niet ziek en kunnen ze anderen ook niet ziek maken dan gaan de niet zieke dieren samen in een bassin. De echt zieke dieren gaan in quarantaine waar ze goed behandeld worden. De zeehondenpups worden dan grootgebracht met vispap. Daarna gaan de verzorgers hen leren hoe ze vis moeten eten. Dat is niet makkelijk; de dieren weten immers niet hoe dat moet. In eerste instantie stoppen de verzorgers de vis in de mond van de zeehond en laten hem zelf kauwen, daarna moeten de dieren leren de vis uit de hand te eten. Zodra de dieren zover zijn om zelf te kunnen eten gaan de verzorgers de haringen in het water gooien, zodat de zeehond het eten niet te veel gaat koppelen aan mensen.

De patiëntjes
De zeehonden die het meest te vinden zijn in de crèche zijn de grijze en de gewone zeehond. Deze leven in de Waddenzee. Naast deze soorten wordt er ook wel eens een klapmuts binnengebracht. Dat is een zeehond uit Groenland, die wel twee-en-een-halve meter groot kan worden en op zijn zwaarst 400 kilo weegt. Deze wordt dan ook weer teruggebracht naar zijn thuis, met een helikopter. Ook gaan er regelmatig mensen vanuit Pieterburen naar Mauritanië of Griekenland om daar te helpen met de opvang van monniksrobben. Veel zeehonden die gevonden worden, waar dan ook, worden gebracht naar Pieterburen. Maar de hulp die een zeehond moet krijgen op het moment dat hij gevonden wordt is ook heel belangrijk. Daarom zijn er EHBZ posten langs de kust van Nederland tot en met Frankrijk.

EHBZ
Langs de kusten is een EHBZ (Eerste Hulp Bij Zeehonden)­ netwerk opgezet. Op deze posten werken vrijwilligers, zoals politie, kustwacht, visserij, vogelwacht, strandvoogden en strandjutters, die speciaal zijn opgeleid door de zeehondencrèche uit Pieterburen. Als er op het strand een zeehond wordt gevonden, dan wordt de dichtstbijzijnde post ingeschakeld. Het eerste wat er moet gebeuren is dat de zeehond vocht toegediend krijgt. Met behulp van een slang en een trechter wordt de zeehond ORS (Oral Rehydration Salt) toegediend. Dit voorkomt verdere uitdroging van het dier. Daarnaast is het ook heel belangrijk dat de zeehond zijn lichaamswarmte kwijtraakt. Je mag niet zomaar een plens water over het dier heen gooien, want zeehonden verliezen deze warmte via hun staartflappen, daar moeten dan ook natte en koude doeken opgelegd
worden. Terwijl de EHBZ mensen het dier de eerste hulp bieden, zorgt de zeehondencrèche voor het transport naar Pieterburen.

Marcel Sigers werkt in het bezoekerscentrum:
Mijn dierbaarste herinne­ring moet wel die aan de klapmuts zijn. Het was vorig jaar winter en hij was aan­gespoeld in Calais. De zeehond was twee meter veertig en woog nog maar 175 kilo. Het was zeer in­drukwekkend om te zien, hoe dat beest weer uitgezet ging worden; met de heli­kopter terug naar de plek waar hfj thuishoort. Maar dat beest was zo ontzettend zwaar geworden dat hij met een heftruckje die helikop­ter in moest!

Naast ziekenhuis ook bezoekerscentrum
In 1996 bestond de crèche 25 jaar. Dat is al een hele lange tijd. In de loop der jaren is er naast het zieken­huis ook een bezoekerscentrum gemaakt. In dit cen­trum worden de bezoekers geïnformeerd over de zeehonden, het ecosysteem in de Waddenzee en over het werk van de crèche. Het bezoekerscentrum bestaat uit een ruime hal, waarin een expositie te bewonderen is. Ook kan je waar het eten voor de zeehonden klaargemaakt wordt, je ziet vier zeehonden in quarantaineruimtes en je kan in een bassin kijken, zodat je de zeehonden kan zien zwemmen onder water. Vooral kinderen vinden dat erg leuk; ze gaan er uitgebreid voor op de grond liggen. Voor de hele kleine kinderen is er een zandbak, waar houten zeehonden in liggen.

Een kijkje in de keuken
Aangezien je op bezoek bent in een ziekenhuis gaat het werk gewoon door; in de keuken wordt het eten klaargemaakt, de zeehonden worden gevoerd, het water wordt schoongemaakt, maar ook worden de zeehonden gewoon uitgezet. Drie zware kisten, met in elk een grijze zeehond, worden door het bezoekerscentrum gereden naar de auto. De drie zeehonden zijn heel kalm, alsof ze weten wat er gaat gebeuren. Dat het werk gewoon doorgaat hoort ook bij de voorlichting en de informatie die de crèche aan de bezoekers wil meegeven. Iedereen die komt kijken, ziet nu ook precies wat er allemaal gebeurd in de zeehondencrèche.

Geen kunstjes?
Als je binnen bent uitgekeken, kan je door de achterdeur naar buiten. In het halletje voor de uitgang liggen donateurs kaarten en een gastenboek. Op de kaart staat heel groot: 'Verwacht geen kunstjes voor uw geld'. Het is immers een zeehondencrèche en geen zeehondenshow. De zeehonden zelf trekken zich echter weinig van deze woorden aan. Okay, ze laten geen bal balanceren op hun neus en ze springen ook niet door hoepels of klappen in hun flappen, maar ze gaan wel op hun achterflappen in het water staan. Daarnaast duwen ze elkaar lekker in het water of gaan op hun rug liggen om zo veel mogelijk zonnestraaltjes op te vangen. Ook zijn het meesters in de mimiek; met hun grote zwarte ogen kunnen ze de liefste en ondeugendste koppies opzetten. Daarnaast zijn het ook nog eens hele kieskeurige dieren; het middenstuk van de vis is nu eenmaal het lekkerst. Het is alleen zo vies voor de medewerkers om al die koppen en staarten uit het water te verwijderen! Gelukkig bezit de crèche een goed waterzuiveringsysteern, die de meeste vissenkoppen en -staarten al verwijderd. Onder de zeehondencrèche is een grote kelder waar de zuivering wordt geregeld. Ook wordt daar het water vermengd met zout. De meeste mensen denken dat de crèche gebruik maakt van zeewater, maar dat kan niet. De Waddenzee is te vervuild om te gebruiken voor zieke zeehonden, daarom wordt er gebruik gemaakt van gewoon leidingwater wat vermengd wordt met acht balen zout. Het water is dan bijna net zo zout als de zee. De opgevangen zeehonden hoeven dan ook niet zo lang te wennen aan de iets zoutere Waddenzee.

Snoezelen
Als je tussen de bassins doorloopt zie je ook hoe graag een zeehond in het gezelschap van zijn soortgenootjes verkeert; ze spelen met elkaar en duwen elkaar in het water. Maar be­langrijker nog is het snoezelen. Ze leggen dan hun koppies lekker dicht bij elkaar en het lijkt net alsof ze elkaar wat toefluisteren. Op deze manier zwemmen zeehonden ook met elkaar; zo kunnen ze elkaar in het water niet kwijtraken. Aangezien zeehonden graag bij elkaar zijn, worden ze ook in groepjes van drie à vier uitgezet. Ze hebben dan tenminste wat steun aan elkaar. Zodra ze zich in de zee hebben durven wa­gen, wordt er in het water al gesnoezeld. Deze eerste bange momenten moet je elkaar ook niet kwijtraken, dus houden ze hun koppies dicht bij elkaar.

Sue Davis, Engelse stagiaire:
Het vrijlaten van de dieren is het mooiste wat er is. Je ziet je werk; ik bedoel, je ziet een zeehond heel erg ziek binnenkomen, en om hem dan ook weer helemaal gezond terug te brengen naar de zee, dat is gewoon ongelooflijk mooi!

Goede zorg
Dankzij een goede intensieve verzorging knappen de dieren snel op en kunnen ze weer gauw terug naar hun huis, de Waddenzee. Als je ook kijkt naar zeehonden die nu rondzwemmen, dan zie je lekkere dikkerdjes door het water schieten of aan de kant liggen. Zodra de zeehond op zijn volle gewicht is en hij is niet meer ziek, dan mogen ze terug. En dat is maar goed ook. Deze dieren horen niet in een kooi of een hok, maar lekker in het water van hun eigen zee. Jammer genoeg is die zee vervuild en zullen de zeehonden ook steeds ziek worden. Gelukkig kunnen de zeehonden dan rekenen op Lenie en haar medewerkers. En of je nu op de administratie werkt of in de zorg, iedereen moet een keertje mee de zeehonden uitzetten. Daar werk je nu eenmaal voor en dat moet je dus ook een keer meegemaakt hebben. De medewerkers van de crèche gaan graag een keer mee. Dapper trotseren ze de koude wind op het wad, om de zeehonden terug te brengen naar hun soortgenoten. De achterblijvers hebben daardoor wel een nog drukkere dag.

Frowien Glas, administratie:
Het werk op de crè­che is heel erg leuk. Dat komt doordat het leeft; er zijn zeehon­den en bezoekers. Het
is geen zakelijke fa­briek; maar een heel levendig bedrijf.

Hectisch en druk
Dat het werk op de zeehondencrèche druk en hectisch is zal je wel begrijpen. Het is nu eenmaal geen baan met vaste vooruitzichten. Elke dag zal anders zijn dan de vorige. Je weet immers nooit of je die dag zeehonden gaat ophalen of gaat terug brengen. En ook niet hoeveel dat het er dan zijn. Dat maakt het werk leuk en veelzijdig. Daarnaast is het werk lichamelijk ook erg zwaar; een gezonde zeehond weegt al gauw 40 à 50 kilogram. Daarnaast moet er ook schoongemaakt en met kilo's vis gesjouwd worden. Geestelijk is het werk ook best zwaar. Je moet heel veel nadenken over wat je doet, of de dieren de juiste medicijnen krijgen, welke er wel en welke niet meer met de hand gevoerd hoeven te worden et cetera. Ook staat er niet precies vast wat voor een werkje doet. Je moet gewoon overal in kunnen springen als dat nodig is. Het werk wordt daardoor zeer gevarieerd en spannend, aangezien je van tevoren niet weet of je nu een dag op de administratie moet zitten of dat je zeehonden gaat uitzetten.

Boukje Mulder, waarnemer:
Mijn dierbaarste herinnering heb ik aan Klaas (wijst op een foto op haar prikbord). Ja, die op die roze hand­doek. Hij kwam half dood binnen en hij ging weer helemaal gezond terug naar huis.

Snotneusje
Mijn bezoek aan de zeehondencrèche zal mij nog lang bijblijven, vooral de stilte en de wind. Het gevoel alsof je op het wad staat. Ook ik heb een dierbare herinnering aan de crèche, namelijk het zeehondje wat zo rechtop in het water ging staan met zijn snot­neusje. Voordat ik de crèche ging verlaten, liep ik nog even rond te kijken in de verschillende vitrines. Naast de zandbak viel mijn oog op een gesigneerd T-shirt. De tekst die daar op staat, zit nog steeds in mijn hoofd. Ik had het zelf namelijk niet zo pakkend kunnen opschrij­ven:

Zeg niet:
Het Wad
So what?
Maar:
Dóe wat
Aan het wad
- Paul van Vliet

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Bedankt voor je reactie! Reacties worden voor plaatsing eerst ter goedkeuring voorgelegd aan de auteur.

B'Day Countdown